Historie

Van de ruim 30 aardewerkfabrieken die zich rond het midden van de 17e eeuw in Delft en omstreken bevonden, is De Koninklijke Porceleyne Fles als enige overgebleven.

Rond welke tijd de eerste werkplaatsen ontstonden, is niet zeker. Wel is bekend dat in andere plaatsen, zoals Amsterdam, Haarlem en Middelburg, al in de tweede helft van de 16e eeuw aardewerk werd gemaakt met meerkleurige decors op een witte achtergrond. Dit werd gedaan met een techniek die de Hollandse pottenbakkers hadden geleerd van hun Italiaanse collega’s. Vermoedelijk is pas aan het einde van de 16e eeuw het eerste bedrijf in Delft ontstaan.

De situatie veranderde toen de Watergeuzen, bij het buitmaken van Portugese ‘Kraken’, ook Chinees porselein tussen de ladingen vonden en dat naar Holland brachten. Na de oprichting van de Oost-Indische Compagnie in 1602 viel het porselein met blauwe decors op witte ondergrond hier zeer in de smaak en dus probeerden de Hollandse pottenbakkers al snel om iets soortgelijks te maken.


Royal Delft Museum

Porselein en Delft

Porselein was hier een onbekende grondstof. Er werd geëxperimenteerd met inheemse klei om het Oosterse product zo goed mogelijk na te maken, wat al redelijk snel lukte. Vooral in Delft en Rotterdam werden deze pogingen gedaan en toen ze er eenmaal in slaagden, breidde het aantal bedrijven in deze steden zich sterk uit. Uiteindelijk waren er in Rotterdam 12 fabrieken en in Delft maar liefst 30 fabrieken.

Tijdlijn

De 17e eeuw

De 17e eeuw

Deze ontwikkeling vond in de eerste helft van de 17e eeuw plaats. Waarom Rotterdam en Delft zo sterk op de voorgrond traden, is niet helemaal duidelijk. In het geval van Delft had het wellicht iets te maken met de In de 17e eeuw groeide Delft uit tot een belangrijk centrum voor aardewerk. In 1653 werd hier ‘De Porceleyne Fles’ opgericht door David Anthonisz van der Pieth. De plateelbakkerij wisselde gedurende de eeuw meerdere keren van eigenaar en ontwikkelde zich verder binnen de bloeiende Delftse aardewerkindustrie. In 1697 introduceerde eigenaar Johannes Knotter het karakteristieke flesje als merkteken.

De 18e eeuw

De 18e eeuw

In de 18e eeuw wisselde ‘De Porceleyne Fles’ meerdere keren van eigenaar. Onder hen waren Marcelis de Vlugt en later de familie Van Doorne. In 1771 kwam de plateelbakkerij in handen van Jacobus Harlees en verscheen het karakteristieke flesje opnieuw als onderdeel van het merkteken. Tegelijkertijd brak een moeilijke periode aan voor de Delftse aardewerkindustrie. De opkomst van Europees porselein en de ontwikkeling van nieuw Engels aardewerk zorgden voor steeds sterkere concurrentie. Aan het einde van de eeuw kwamen daar de gevolgen van de Franse Revolutie en bezetting bij, waardoor veel Delftse plateelbakkerijen moeite hadden om het hoofd boven water te houden.

De 19e eeuw

De 19e eeuw

In de 19e eeuw had de Delftse aardewerkindustrie het zwaar en tegen het einde van de eeuw was ‘De Porceleyne Fles’ als enige fabriek overgebleven. Een belangrijk keerpunt kwam in 1876, toen ingenieur Joost Thooft de fabriek overnam. Hij wilde het oude ambacht nieuw leven inblazen en combineerde traditie met innovatie. Samen met Abel Labouchere ontwikkelde hij een sterker type aardewerk dat internationaal succesvol werd. Thooft voegde bovendien zijn monogram JT en het woord ‘Delft’ toe aan het merkteken. Hiermee werd de basis gelegd voor de hernieuwde bloei van De Porceleyne Fles.

Meer historische verhalen ontdekken?

Neem een bezoekje aan Royal Delft Museum, hier ontdek je alle verhalen én loop je door de fabriek waar nog elke dag Iconisch Delfts Blauw met de hand gemaakt wordt.

Bezoek Royal Delft Museum

Verhalen over Delfts Blauw.

Ontmoet de makers.

Stories from the atelier.

New collections, painter profiles, and collection previews - delivered once a month.